3voor12 Zeeland recensie
Foto © Roland van Tulder
Anneke Flikweert – dinsdag 29 september
Twee korte flitsen, gevolgd door één lange. Steeds met een interval van vijftien seconden. Het karakteristieke lichtpatroon van vuurtoren Westerlicht vormt zaterdagavond op het Zweefvliegveld Haamstede het ritmische uitgangspunt voor een bijzondere première van Artvark Saxophone Quartet. Zo’n vijfhonderd mensen luisteren in het donker naar Westerlicht, een compositie van saxofonist en componist Rolf Delfos waarin muziek, landschap en licht samenvloeien.
Het publiek staat in een grote kring op de landingsbaan. In het laatste daglicht is de lucht spectaculair rood en het is ook nog volle maan. Maar de blik gaat naar de overkant: naar de vuurtoren die boven de bomen uitsteekt. Wanneer het licht op de baan dooft, blijft alleen het draaiende baken zichtbaar.
Het idee voor Westerlicht ontstond bij Maurits Portier, directeur van MuziekPodium Zeeland. Vanaf de Zeepeduinen zag hij ooit de vuurtoren en raakte gefascineerd door het ritme van het licht. Twee korte flitsen, gevolgd door één lange, met een interval van vijftien seconden. Jaren later viel alles samen, door het thema Mens en Landschap van De Bewaerschole. Portier vroeg Rolf Delfos om een muziekstuk te maken rondom het lichtpatroon van Westerlicht.
Het resultaat is een compositie van ongeveer zes minuten waarin Westerlicht als een gigantische metronoom fungeert. Het ritme bestaat uit vier keer zes tellen en vervolgens vier tellen: 28 tellen per cyclus. De vier saxofonisten volgen daarmee niet alleen het licht, maar laten het ritme geleidelijk uitgroeien tot een zelfstandige muzikale beweging.
Artvark begint ingetogen. De saxofoons klinken helder in de open ruimte, terwijl het licht van de vuurtoren onverstoorbaar zijn rondes draait. Vanuit de rust bouwt de muziek zich op. De tonen worden voller en krachtiger, tot ze bijna het karakter van een storm krijgen. Daarna keert de rust terug. Het is een sterk staaltje van muzikale beheersing: vier musici die hun instrumenten volledig onder controle hebben en tegelijkertijd ruimte laten voor de omgeving.
Na de première volgt op het vliegveld nog een opzwepend stuk van het album Four fathers. Daarna verplaatst het publiek zich naar het Fletcher Hotel, waar Artvark de avond voortzet met een volledig concert.
In de zaal is eerst de geluidsinstallatie Ecotoon van Rosa Ronsdorf te horen, die in de afgelopen weken in De Bewaerschole te zien en te horen was. Geluiden van mens en natuur op Schouwen-Duiveland komen samen. Vogelgeluiden klinken en het geluid van geiten is te horen, naast meer onverwachte, menselijke geluiden. Zeven leden van het koor Zilt, dat aan de installatie meewerkte, brengen een liedfragment: “Onder lagen, onder zand, raken wij de rand. Where do we meet?” Daarmee sluit ook dit optreden aan bij het thema van de avond: de ontmoeting tussen mens, natuur en landschap.
Daarna wordt duidelijk hoe breed het muzikale palet van Artvark is. De vier saxofonisten schakelen moeiteloos tussen jazz, blues, klassiek en experiment. Hun samenspel is opvallend hecht, maar nergens statisch. De vier zoeken elkaar voortdurend op, nemen elkaars lijnen over en geven elkaar de ruimte voor verrassende solo’s.
Het concert opent bijna verstild. Eén saxofoon brengt een melodie met een middeleeuwse sfeer. De andere drie komen één voor één het podium op. Het blijkt een bewerking van Psalm 149 van Sweelinck uit 1610, met een nieuw middenstuk en slot. De bijna Gregoriaanse melodie krijgt gaandeweg een ander karakter en eindigt onverwacht in blues.
Daarna gaat het alle kanten op. Don’t look up, geïnspireerd door een eerdere samenwerking met Philip Glass, heeft een melancholieke melodie die op een schuifsaxofoon wordt gespeeld. De vloeiende glissandi laten horen hoe expressief een saxofoon kan klinken. In Sweet soulful dad (Feeling lonely and sad) wisselen omfloerste, bijna Gershwinachtige klanken af met ritmische passages, fanfareachtige inzetten en jazz.
In Give me quiet vormt een zwaar, ronkend klankbed de basis voor verschillende solo’s. De baritonsaxofoon zorgt voor een diepe onderlaag, terwijl de muzikanten zich bijna choreografisch over het podium bewegen. Red line is nog experimenteler. Kleine geluiden groeien uit tot een spannend muzikaal gesprek. De spelers bewegen, stoppen en bevriezen alsof ze in een stopmotionfilm terecht zijn gekomen. De zoemende en trillende klanken sluiten bovendien verrassend goed aan bij Ecotoon van Rosa Ronsdorf, dat eerder op de avond in het hotel te horen was.
Ook Catch me, met duidelijke Mingusinvloeden, en The mirror, old man, over ouder worden en de manier waarop je jezelf soms onverwacht terugziet, laten zien hoe veelzijdig Artvark is. De muziek kan tegelijk speels, virtuoos, rauw en ontroerend zijn.
Het kwartet is deze avond op zijn sterkst wanneer de vier musici samen spelen. De technische beheersing is indrukwekkend, maar het is vooral het luisterende samenspel dat blijft hangen. Geen van de vier hoeft voortdurend op de voorgrond te staan. Ze bouwen samen aan een klankwereld waarin een baritonsaxofoon, tenorsaxofoon, altsaxofoon en schuifsaxofoon elkaar voortdurend aanvullen en uitdagen.
Het laatste nummer is nieuw en staat nog niet op een album. Met een kort aftellen zetten de vier muzikanten in. Daarmee komt een avond ten einde die begon met het licht van een vuurtoren en eindigt met vier saxofonisten die laten horen hoeveel kleur, ritme en expressie er uit hun instrumenten te halen valt.
Westerlicht is na deze avond niet alleen meer een vuurtoren die de nacht verlicht. Voor even is het ook een muzikaal baken geworden
Het publiek staat in een grote kring op de landingsbaan. In het laatste daglicht is de lucht spectaculair rood en het is ook nog volle maan. Maar de blik gaat naar de overkant: naar de vuurtoren die boven de bomen uitsteekt. Wanneer het licht op de baan dooft, blijft alleen het draaiende baken zichtbaar.
Het idee voor Westerlicht ontstond bij Maurits Portier, directeur van MuziekPodium Zeeland. Vanaf de Zeepeduinen zag hij ooit de vuurtoren en raakte gefascineerd door het ritme van het licht. Twee korte flitsen, gevolgd door één lange, met een interval van vijftien seconden. Jaren later viel alles samen, door het thema Mens en Landschap van De Bewaerschole. Portier vroeg Rolf Delfos om een muziekstuk te maken rondom het lichtpatroon van Westerlicht.
Het resultaat is een compositie van ongeveer zes minuten waarin Westerlicht als een gigantische metronoom fungeert. Het ritme bestaat uit vier keer zes tellen en vervolgens vier tellen: 28 tellen per cyclus. De vier saxofonisten volgen daarmee niet alleen het licht, maar laten het ritme geleidelijk uitgroeien tot een zelfstandige muzikale beweging.
Artvark begint ingetogen. De saxofoons klinken helder in de open ruimte, terwijl het licht van de vuurtoren onverstoorbaar zijn rondes draait. Vanuit de rust bouwt de muziek zich op. De tonen worden voller en krachtiger, tot ze bijna het karakter van een storm krijgen. Daarna keert de rust terug. Het is een sterk staaltje van muzikale beheersing: vier musici die hun instrumenten volledig onder controle hebben en tegelijkertijd ruimte laten voor de omgeving.
Na de première volgt op het vliegveld nog een opzwepend stuk van het album Four fathers. Daarna verplaatst het publiek zich naar het Fletcher Hotel, waar Artvark de avond voortzet met een volledig concert.
In de zaal is eerst de geluidsinstallatie Ecotoon van Rosa Ronsdorf te horen, die in de afgelopen weken in De Bewaerschole te zien en te horen was. Geluiden van mens en natuur op Schouwen-Duiveland komen samen. Vogelgeluiden klinken en het geluid van geiten is te horen, naast meer onverwachte, menselijke geluiden. Zeven leden van het koor Zilt, dat aan de installatie meewerkte, brengen een liedfragment: “Onder lagen, onder zand, raken wij de rand. Where do we meet?” Daarmee sluit ook dit optreden aan bij het thema van de avond: de ontmoeting tussen mens, natuur en landschap.
Daarna wordt duidelijk hoe breed het muzikale palet van Artvark is. De vier saxofonisten schakelen moeiteloos tussen jazz, blues, klassiek en experiment. Hun samenspel is opvallend hecht, maar nergens statisch. De vier zoeken elkaar voortdurend op, nemen elkaars lijnen over en geven elkaar de ruimte voor verrassende solo’s.
Het concert opent bijna verstild. Eén saxofoon brengt een melodie met een middeleeuwse sfeer. De andere drie komen één voor één het podium op. Het blijkt een bewerking van Psalm 149 van Sweelinck uit 1610, met een nieuw middenstuk en slot. De bijna Gregoriaanse melodie krijgt gaandeweg een ander karakter en eindigt onverwacht in blues.
Daarna gaat het alle kanten op. Don’t look up, geïnspireerd door een eerdere samenwerking met Philip Glass, heeft een melancholieke melodie die op een schuifsaxofoon wordt gespeeld. De vloeiende glissandi laten horen hoe expressief een saxofoon kan klinken. In Sweet soulful dad (Feeling lonely and sad) wisselen omfloerste, bijna Gershwinachtige klanken af met ritmische passages, fanfareachtige inzetten en jazz.
In Give me quiet vormt een zwaar, ronkend klankbed de basis voor verschillende solo’s. De baritonsaxofoon zorgt voor een diepe onderlaag, terwijl de muzikanten zich bijna choreografisch over het podium bewegen. Red line is nog experimenteler. Kleine geluiden groeien uit tot een spannend muzikaal gesprek. De spelers bewegen, stoppen en bevriezen alsof ze in een stopmotionfilm terecht zijn gekomen. De zoemende en trillende klanken sluiten bovendien verrassend goed aan bij Ecotoon van Rosa Ronsdorf, dat eerder op de avond in het hotel te horen was.
Ook Catch me, met duidelijke Mingusinvloeden, en The mirror, old man, over ouder worden en de manier waarop je jezelf soms onverwacht terugziet, laten zien hoe veelzijdig Artvark is. De muziek kan tegelijk speels, virtuoos, rauw en ontroerend zijn.
Het kwartet is deze avond op zijn sterkst wanneer de vier musici samen spelen. De technische beheersing is indrukwekkend, maar het is vooral het luisterende samenspel dat blijft hangen. Geen van de vier hoeft voortdurend op de voorgrond te staan. Ze bouwen samen aan een klankwereld waarin een baritonsaxofoon, tenorsaxofoon, altsaxofoon en schuifsaxofoon elkaar voortdurend aanvullen en uitdagen.
Het laatste nummer is nieuw en staat nog niet op een album. Met een kort aftellen zetten de vier muzikanten in. Daarmee komt een avond ten einde die begon met het licht van een vuurtoren en eindigt met vier saxofonisten die laten horen hoeveel kleur, ritme en expressie er uit hun instrumenten te halen valt.
Westerlicht is na deze avond niet alleen meer een vuurtoren die de nacht verlicht. Voor even is het ook een muzikaal baken geworden.
Meer info:https:https://3voor12lokaal.vpro.nl/artikelen/premiere-muziekstuk-westerlicht-en-artvark-muziek-landschap-en-licht


